Doorverwijzen naar BSO is bijna Automatisme

Jongeren met een migratieachtergrond zijn niet verbaasd over onderzoek (DM, 5/2) dat toont hoe kansarme leerlingen sneller een B-attest krijgen op basis van hun achtergrond en niet op basis van hun punten, want ‘zo is het systeem nu eenmaal’. Ze werken nu vooral zelf aan oplossingen. Ze zijn bio-ingenieur, arts, advocaat of manager. Maar allemaal kregen ze op school geregeld te horen: “Ga maar naar het beroepsonderwijs, jij kunt geen hogere studies aan.” Meestal niet of niet volledig op basis van hun resultaten, maar omdat ze uit een Marokkaans of Turks gezin komen. Racisme willen ze het niet noemen, daarvoor is die wrange rode draad doorheen hun schooltijd te indirect, en er waren ook leerkrachten en leerlingenbegeleiders die ‘het’ niet deden. Wel “een onderhuids, onprofessioneel oordeel op basis van stereotypen, vooroordelen en uiterlijkheden en niet op basis van je schoolresultaten en talenten”. En ook “een vernederende, frustrerende gijzeling die je schooltijd verpest en waardoor je twee keer zoveel moeite moet doen om te bewijzen dat je niet thuishoort in het beroepsonderwijs”. Nu onderzoek opnieuw maar ook concreter dan ooit aantoont wat er op dat vlak misloopt in ons onderwijssysteem, voelen mensen die dit meemaakten en meemaken minder schroom om hun verhalen en ervaringen te delen. De studie door drie universiteiten in opdracht van gelijkekansencentrum Unia toont hen dat scholen beslissingen nemen die niet alleen gebaseerd zijn op de competenties van leerlingen, maar ook op vooroordelen over hun etnische en socio-economische afkomst. Belgen met een migratieachtergrond zijn verre van verwonderd. “Het enige wat ons verbaast, is dat er nu pas verontwaardiging lijkt te ontstaan over iets waaraan wij al zo lang gewend zijn”, zegt Said Bataray (36). Said heeft altijd ASO gevolgd en is nu IT architect, maar op de middelbare school kreeg hij vaak te horen dat hij “misschien toch meer thuishoorde in het beroepsonderwijs”. “‘Wij denken dat jij liever met je handen bezig zou zijn’, zeiden ze dan. Waarop dat was gebaseerd was onduidelijk. Mijn punten waren goed. Ik haalde in het tweede jaar 80 procent voor Latijn en ook in de richting moderne talen-wiskunde haalde ik goede resultaten. Maar bij het Centrum voor Leerlingenbegeleiding (CLB) hoorde ik: ‘Jij zult nooit de universiteit aankunnen.’ Nochtans heb ik zonder problemen twee jaar rechten gestudeerd. Ik ben daar enkel mee gestopt omdat ik het minder graag deed en ik er vooral aan was begonnen op aansturen van mijn ouders.” Maar Said vindt dat hij ironisch genoeg geluk had net omdat broers, zussen, neven en nichten iets zeer gelijkaardig hadden meegemaakt en hem daarom konden steunen. “Ik kom uit een grote familie waar heel veel anderen hier ook tegenaan liepen”, zegt hij. “Toen mijn broer, die met 89 procent zijn lagere school afrondde, zich wilde inschrijven aan een ASO-school, zeiden ze daar onwillekeurig: ‘Wij hebben geen beroepsopleiding.’ Hij moest extra testen afleggen om aanvaard te worden. In mijn familie steunden we elkaar hierin en mijn ouders hadden na een tijd door dat ze zich best niet te veel aantrokken van die CLB-adviezen.” Ook vrienden zag Said bijna verzwelgen in het zogenaamde ‘watervalsysteem’, waarbij je telkens een niveau ‘lager’ zakt. “Twee vrienden zijn advocaat, maar als enige twee Turken in de klas werden ze voortdurend aangemaand om naar het technisch of beroepsonderwijs te gaan. Iemand anders die dat meemaakte, is geneeskunde gaan studeren. Elk jaar stuurde ze haar studiesuccessen door naar het CLB, dat haar altijd had gezegd dat ze het nooit zou kunnen”, vertelt Said. Zijn hoop dat zo’twerescenario inmiddels verleden tijd is, bleek ijdel. Said: “Ik ging naar het oudercontact van mijn nichtje, omdat mijn broer niet kon. Ze was met een paar procent gezakt, maar had zeker geen buis. Toch zeiden ze: ‘Ze zal nooit de hogere opleidingen aankunnen.’ Alweer dat eeuwige riedeltje. Ik wil het best weten als dat echt zo is, maar dan moeten leerkrachten dat staven. Anders voelen wij ons altijd maar weer scheef bekeken. Uiteraard zorgt dat voor frustratie.”
Dyslexie
Hatice Karakaya (36) had dyslexie, maar “er werd gezegd dat ik de leerkrachten niet begreep en het niet kon”, zegt ze. “Je zou denken dat leerkrachten en CLB’tain’tzoiets als dyslexie aan het licht brengen en dan de juiste steun voorzien. Ik weet dat dat ook gebeurt, maar ik kwam uit een gezin van migranten, dus ik was automatisch een slechtere leerling en werd naar het beroepsonderwijs gestuurd.” Mohamed Yahyaui (23) doet een master opleidings- en onderwijswetenschappen aan de Universiteit Antwerpen, maar werd ondanks goede punten eerst naar het technisch en beroepsonderwijs gestuurd. “Toen ik in de richting kantoor, die erg makkelijk voor me was, een nochtans schitterend eindrapport kreeg en me al had ingeschreven voor handel, zei de titularis: ‘Ik heb je vorige inschrijvingsstrookje eraf gehaald en er een nieuw bijgevoegd. Denk nog maar eens goed na.'” Sabri Azdad (23) studeert binnenkort af als bio-ingenieur, maar kreeg in het secundair het advies technisch onderwijs te gaan doen en de boodschap dat wiskunde en wetenschappen “te moeilijk voor hem zouden zijn”. “Gelukkig hadden mijn ouders genoeg ervaring met het watervalsysteem om het advies naast zich neer te leggen en ben ik zonder problemen afgestudeerd. Maar het had dus anders kunnen lopen. Je voelde dat men dacht: ‘Die Marokkaanse jongen zal dat niet kunnen.'” In plaats van te blijven hangen in frustratie of defaitisme, sloegen een paar jongeren die dit soort scenario beleefden de handen in elkaar om aan een oplossing te werken. Zo is de vzw PEP! een jaar geleden geboren. Onder de slogan ‘Als jij het kan, kan ik het ook’ wil die organisatie de etnische kloof in het Vlaamse onderwijs, de grootste in de geïndustrialiseerde wereld, helpen te dichten. De oprichters, jonge professionals met een migratieachtergrond, doen dat door leerlingen vanuit hun eigen ervaringen te coachen en door samen te werken met experts op het vlak van onderwijs en diversiteit, zoals professoren Noel Clycq (Universiteit Antwerpen) en Ides Nicaise (KU Leuven).”We zijn uit frustratie over het watervalfenomeen gestart”, zegt voorzitter Rihab Hajjaji (26). En die frustratie belangt volgens haar eigenlijk iedereen in ons land aan. “Dat discriminerende studieadvies legt niet alleen een hypotheek op iemands toekomst, het is ook een verlies voor de maatschappij. Ook als samenleving mogen we dit niet pikken, want het betekent dat er menselijk kapitaal verloren gaat”, zegt Hajjaji. “Bovendien weten we uit het meest recente PISA-onderzoek uit 2015 dat er ook een probleem is met dat beroepsonderwijs, waarin te veel leerlingen met een migratieafkomst terechtkomen. De helft van de leerlingen blijkt na zo’twereopleiding niet klaar voor de arbeidsmarkt. Willen we dat echt, opleidingen die op zo’tweregrote schaal niet leveren wat ze zouden moeten leveren?”

Drie doelen

De mensen bij PEP! hebben drie doelen: ervoor zorgen dat meer kansarme jongeren wel juist worden georiënteerd, hen en hun ouders inzicht geven in de complexe structuur van het onderwijssysteem, en hen informeren over de opties in het hoger onderwijs, zodat ze daar ook meer terechtkomen. PEP! doet dat met infosessies en met coaches: jongeren die hetzelfde meemaakten maar een gepast diploma haalden, en die hen op allerlei manieren de weg tonen. Door hen te leren studeren, maar ook door hun geblutste zelfvertrouwen op te krikken. “Informeren, inspireren en rolmodellen tonen zijn de drie cruciale puzzelstukken”, zegt Hajjaji. “Onze coaches tonen dat het niet is omdat iedereen in je familie niet heeft gestudeerd of werkloos is, dat dat voor jou ook moet gelden. Dat het niet is omdat je uit het beroepsonderwijs komt, dat je dan in een fabriek moet werken. Ik ben nu zelf projectmanager bij IBM, een job waarvan ik drie jaar geleden het bestaan niet eens kende. Via de coaches en een jobbeurs willen we leerlingen daarom ook in contact brengen met een wereld die ze misschien niet kennen, met beroepen die ze niet kennen. PEP! organiseert ook infosessies voor wie een B- of C-attest kreeg. Want niet weinig leerlingen en ouders nemen automatisch aan dat een B-attest betekent dat je ‘een niveau moet zakken’, terwijl je ook je jaar kunt overdoen. Ook blijkt dat velen denken dat je, eenmaal je in het beroepsonderwijs bent beland, je je niet meer mag inschrijven aan de hogeschool of universiteit. “Ook mijn neven en nichten dachten dat”, zegt Hajjaji. “Een groot probleem is dan ook een gebrek aan informatie.”En PEP! biedt niet alleen informatie over de attesten en studiekeuzes. Hajjaji: “Wij vertellen leerlingen ook over de studies over discriminatie, zodat ze weten wat er aan de hand is. Het is belangrijk om te beseffen dat het watervalsysteem een realiteit is en je dus wellicht harder je best zult moeten doen. Maar besef ook dat je desondanks wel kunt slagen.” Een ander groot probleem is ook het gebrek aan rolmodellen. “Slechts 1 à 5 procent van het lerarenkorps heeft een migratieachtergrond”, zegt Hajjaji. “Je hebt dus niemand om je mee te identificeren.”
Vooral ook door te laten zien hoe een andere jonge man of vrouw misschien doet waar ze zelf niet meer van durven dromen, hoopt de organisatie woede en wanhoop tegen te gaan.
Zo vertelt Mohamed Yahyaui, die voor PEP! coach is geworden omdat hij jongeren wil behoeden voor de valkuilen waar hij zelf intrapte: “Vaak maakt een positief verhaal al een heel verschil voor leerlingen die het moeilijk hebben met het feit dat je met een migratieachtergrond anders wordt behandeld, of toch minstens dat gevoel krijgt. Ik zeg hen dat dat kan kloppen, maar dat ze toch een goede toekomst kunnen uitstippelen. Je moet je meer bewijzen, dat is een realiteit, maar het is wel mogelijk.” Mohamed, die deze week ook sprak met de leerlingen van het Koninklijk Atheneum in Antwerpen, de grootste multiculturele school van Vlaanderen, spreekt ook over zelfvertrouwen. “Ik vertel hen dat het zeker kan dat je je totaal niet thuis voelt op school. Dat had ik ook”, zegt hij. “Ik was een van de weinige leerlingen met een andere afkomst. Ik vond het moeilijk om een connectie te maken met de anderen en dacht dat je zo slecht voelen hoorde bij naar school gaan. Pas in het hoger onderwijs heb ik ontdekt dat dat niet klopt en ben ik opengebloeid. Daar voelde ik me immers wel thuis. Door daarover te spreken, probeer ik leerlingen te behoeden voor de valkuil van het defaitisme. Ik hoop voor hen de voorbeeldfiguur te zijn die ik zelf zo heb gemist.” Ook Sabri Azdad coacht bij PEP! en zegt: “Ik ben een mentor, op welk vlak dan ook. Ik help met studies, maar ook met vragen over studiekeuzes en attesten. En over zelfvertrouwen. Want het gaat zeer vaak meer over zelfvertrouwen dan over IQ. Wie altijd hoort dat hij of zij ‘het wel niet zal kunnen’, heeft op den duur geen zelfvertrouwen meer. Ik hoop hen op mijn manier te helpen.” Maar hij ziet ook dat er meer nodig is. “Dit is een erg complex probleem. Niet alle leerkrachten zijn racisten, zeker niet. Wel spelen er vooroordelen mee in hun beslissingen en zien ze dat zelf niet”, zegt Sabri. “Maar ook de gezinnen spelen een rol. Velen van de eerste generatie migranten gaan te veel uit van het idee dat je zo snel mogelijk moet werken. Ze zien de opties niet of denken veel te snel dat ‘de school wel gelijk zal hebben’, waardoor die jongeren ook van thuis uit niet worden gemotiveerd. Het grootste probleem is volgens mij communicatie. Er zijn hardnekkige veronderstellingen en misverstanden. Er moet veel meer worden gepraat worden met die ouders, die leerlingen, die leerkrachten en ze moeten zelf ook veel meer met elkaar praten.”
Burgerbeweging: “Wij willen dat dit een burgerbeweging wordt”, zegt Hajjaji. “Maar er zijn nog zaken nodig. Zo moet het beslissingsproces van klassenraden transparant worden en is het nodig dat leerkrachten zich goed bewust worden van dit probleem. Leerkrachten die ‘onbewust’ of ‘onbedoeld’ discrimineren zijn simpelweg niet professioneel. Zij hebben als taak leerlingen te onderwijzen en hun potentieel te ontdekken. Leerkrachten die dat niet kunnen omdat ze door vooroordelen zijn verblind, kennen hun vak niet. Het zou goed zijn mochten ze daarin worden gecoacht, zodat dit grootschalige falen wordt aangepakt.”
Landry Mawungu, directeur van het Minderhedenforum, bepleit eveneens bewustmaking van het lerarenkorps via de opleiding, maar ook stelselmatig daarna. “Met één infosessie krijg je dat niet in orde. Leer leerkrachten zien hoe ze naar hun leerlingen kijken. ” Dat moet volgens Mawungu samengaan met meer objectiviteit bij de beoordelingen. “We respecteren de autonomie van klassenraden, maar we verwachten dat de onderwijsinspectie gericht aandacht besteedt aan de manier waarop scholen hun attesten uitdelen, zodat er snel genoeg een belletje gaat rinkelen wanneer er iets niet klopt. In een kansrijke school met weinig kansarme kinderen, waar net die kinderen veel B-attesten krijgen, kan het dan bijvoorbeeld nuttig zijn om uit te zoeken hoe dat komt.” Ook Said heeft huiswerk voor leerkrachten: “Het zou al veel helpen mochten ze hun beslissingen over attesten goed motiveren. En ik  denk dat ze voor een stuk ook blind blijven voor het feit dat er heel wat mensen met een migratieachtergrond zijn die succesvolle schoolcarrières en loopbanen uitbouwen. Leerkrachten moeten inzien dat dat niets exotisch is.”

Bron: De Morgen 07 Februari 2018 – Barbara Debusschere

Admin
No Comments

Sorry, the comment form is closed at this time.