Gekleurde oriëntering: “Ze zeiden dat ik de richting niet aankan”

Het Vlaams onderwijs wordt gekenmerkt door een gekleurde oriëntering, oftewel het geven van studiekeuzeadvies op basis van de sociaaleconomische en sociaal-culturele achtergrond. De overstap van het lager naar het secundair onderwijs lijkt misschien weinig te betekenen, maar in de praktijk bepaalt het je carrière en de rest van je leven.

Mijn studieadvies herinner ik me nog levendig. De school raadde tso aan, omdat mijn punten niet hoog genoeg waren. Met het feit dat ik al mijn energie stak in het behalen van die punten, hielden ze geen rekening. Toch verbaast het me nog steeds hoe dat scholen op zo’n jonge leeftijd al weten wat een leerling wel of niet kan op basis van de schoolresultaten. De vraag is, op wat baseren ze hun keuze? Naast subjectieve indrukken kunnen ze zich op niet veel baseren. Dan is het wel spectaculair hoe de leerkrachten weten dat Lotte en Thomas thuishoren in de richting Latijn en dat Ahmed en Samira toch beter voor de b-stroom kiezen, want zij werken het best met hun handen. Dat dit een objectieve keuze is, maak je niemand wijs.


Geen kansen

Bij de organisatie PEP! zorgen we dat jongeren met een migratieachtergrond eerlijke kansen krijgen in het onderwijs. Want elk jaar horen we verhalen van leerlingen die onterecht worden doorverwezen naar technische of beroepsonderwijs voor de gekste redenen. Hoe kan je na drie weken lesgeven al weten dat een leerling uit het vijfde leerjaar een goede metser zal worden?

Door de jongeren aan te praten dat ze beter naar de b-stroom gaan, kiezen ze vaak voor de richting Kantoor, omdat ze denken dat ze later in een groot bedrijf terechtkomen. In realiteit klopt dat helemaal niet. Jongeren die afstuderen in de richting Kantoor, worden door VDAB omgeschoold tot andere profielen die de arbeidsmarkt meer nodig heeft. Krijgen deze leerlingen eigenlijk wel de kans om zelf te kiezen wat ze willen doen?

Op basis van wat?

Verschillende onderzoeken toonden reeds aan dat oriënteringsadviezen gegeven worden op basis van sociaaleconomische en sociaal-culturele achtergrond. Leerkrachten beweren dat ze advies geven op basis van prestaties en studiehouding. Volgens mij weten ze goed genoeg dat de studiehouding wordt bepaald door de sociaaleconomische achtergrond van leerlingen. En is het niet de taak van de school om de juiste studiehouding te ontwikkelen, in plaats van de jongeren daarop te rangschikken? En ja, we rangschikken deze jongeren, want ze volgen vaker tso en bso, daarom valt de segregatie zo hard op in ons onderwijs. De benamingen ‘witte’ en ‘zwarte’ scholen hebben we dus voornamelijk aan onszelf te danken, aangezien we de leerlingen zelf sorteren in verschillende studierichtingen, op basis van hun culturele en sociaaleconomische achtergrond.

Allemaal beroeps

Ouders en leerlingen met een migratieachtergrond komen plotseling in een heel nieuw onderwijssysteem terecht. Deze ouders krijgen vaak de stempel dat ze niet geïnteresseerd zijn in de schoolloopbaan van hun kinderen. Het tegenovergestelde is waar, ze zijn niet voldoende geïnformeerd over onderwijs en over de mogelijkheden om verder te studeren. Jammer genoeg veranderen wij niets aan dit probleem. We sturen jongeren liever ongegrond door naar het beroepsonderwijs. En dan durven we nog verbaasd zijn dat het aandeel jongeren met een migratieachtergrond in het hoger onderwijs zo laag is.

Fout in het systeem

Dat jongeren in een ‘foute’ studierichting terecht komen, lijkt op het eerste zicht geen ramp. Pas bij de afgebakende onderwijssystemen van aso, tso en bso en het watervaleffect, wordt de ramp duidelijk. De verschillende onderwijsrichtingen zijn niet per sé slecht, het probleem is dat ze vooroordelen hebben. De ene richting wordt gezien als ‘beter’ en dat prestige-idee belemmert het systeem en de keuzes. Wanneer leerlingen raad zoeken voor hun problemen bij het CLB, kunnen zij zelfs niet in elke situatie helpen. Zo werd PEP het afgelopen jaar zeker vijf keer gecontacteerd door leerlingen die werden doorverwezen door het CLB. Wij vragen ons af wanneer er structuur in het systeem komt.

Geen verandering

Kinderen met een migratieachtergrond krijgen in de meeste gevallen te horen dat ze niet slim genoeg zijn om aso te volgen. Wat denk je dat dat doet met het zelfbeeld van die kinderen? Zelf benijdde ik ook de leerlingen uit aso, want ik dacht dat zij slimmer waren. Hoe kan dat ook anders, als we de leerlingen uit bso, en vaak ook uit tso, wegsteken op een aparte speelplaats. We creëren de vooroordelen zelf, door aan iedereen duidelijk te maken: mijd deze jongeren want ze zijn crapuul.

Waarop baseert de persoon zich die denkt dat jongeren met een migratieachtergrond minder slim zijn? En waarom trekken we conclusies op basis van vooroordelen? Talenten en interesses moeten de basis zijn voor het studiekeuzeadvies en niet de sociaaleconomische achtergrond. Nu denkt u waarschijnlijk dat dit toch niet nieuw is. Dat klopt helemaal. Maar waarom is het nog steeds een probleem? Waarom laten we toe dat er zo veel menselijk kapitaal verloren gaat?

PEP! zet zich in om jongeren met een migratieachtergrond eerlijke kansen te geven in het onderwijs. Daarvoor organiseren ze bijlessen, coaching en laagdrempelige infomomenten, voor zowel ouders als studenten. Door Sara Claessens, stagiaire bij PEP!
Pepvzw.be


Sara Claessens
No Comments

Sorry, the comment form is closed at this time.